Effectiviteit van osteopathie bij hamstringblessures

Object

Titel

Effectiviteit van osteopathie bij hamstringblessures

Subtitle

Deel 1: Onderzoeksopzet

Author(s)

P. Eijck

Abstract

Hamstringblessures behoren tot de meest voorkomende sportblessures, vooral in sporten waarin explosieve bewegingen zoals sprinten en snelle richtingsveranderingen
voorkomen. De blessure ontstaat meestal in de eindzwaaifase van het been, waarin de hamstring de voorwaartse beweging afremt ter voorbereiding op het landen op de hiel.
Op dat moment is de spier het meest kwetsbaar.

In deze sporten treedt ook een hoog percentage recidieven op: tot wel 31% van de sporters met een hamstringblessure raakt opnieuw geblesseerd. De reguliere behandeling bestaat uit excentrische krachttraining, coördinatietraining en
oefentherapie. Niet alle risicofactoren worden daarbij meegenomen, wat de kans op herhaling vergroot.

Osteopathie hanteert een holistische benadering die wordt onderbouwd door vijf verklaringsmodellen: het biomechanische, circulatoire, neurologische, biopsychosociale
en bio-energetische model. Deze modellen werken voortdurend met elkaar samen en vormen de basis voor de holistische werkwijze van de osteopathie.

Uit de literatuur blijkt dat een osteopathische behandeling positieve effecten kan hebben op mobiliteit, flexibiliteit en herstel bij hamstringblessures. Veel studies richten zich echter op één specifieke techniek, terwijl binnen de osteopathie juist een individuele benadering per patiënt centraal staat. Daarom wordt in dit onderzoek gekozen om de osteopaat vrij te laten in de keuze van behandeling. Er worden parameters gemeten die
losstaan van de behandeling, maar wel geschikt zijn om de effecten ervan te meten.

Voor het meten van de effectiviteit zijn drie objectieve parameters geselecteerd: pijnbeleving (VAS-score), mobiliteit (digitale inclinometer) en kracht (hand-held dynamometer). Deze instrumenten zijn volgens de literatuur reeds gevalideerd en als
betrouwbaar aangemerkt, waardoor aanvullende validatie niet nodig is. Voordat een grootschalig interventieonderzoek kan plaatsvinden, moet de haalbaarheid van de
onderzoeksopzet worden getoetst in een pilotstudie. Daarbij worden ook de eerste effecten van de behandeling geëvalueerd. Voorafgaand aan de start van het interventieonderzoek is een poweranalyse gewenst om het benodigde aantal deelnemers te bepalen dat nodig is voor een statistisch betrouwbaar resultaat. De pilotstudie omvat 30 sporters (mannen en vrouwen tussen 16 en 60 jaar) met een unilaterale of bilaterale hamstringblessure van graad 1 of 2. De interventiegroep ontvangt osteopathische
behandeling; de controlegroep ontvangt geen behandeling.

Dit onderzoek legt de basis voor de start van een interventie en draagt tevens bij aan de professionalisering en wetenschappelijke acceptatie van osteopathie. Ook bij andere musculoskeletale aandoeningen kan deze opzet toepasbaar zijn.

Date Created

Juni 2025

Type

Onderzoeksopzet

number of pages

65

Keywords

Hamstringblessures, sport, herstel, VAS-score, inclinometer, mobiliteit, kracht